Kabinet draait decentralisatie jeugdzorg deels terug

Aantal jongeren in jeugdzorg voor vijfde jaar op rij gestegen
31 oktober 2019
Wethouder Maarten van Ooijen op bezoek
2 december 2019

Het kabinet neemt de jeugdzorg opnieuw op de schop nu het systeem volledig is vastgelopen. Daarom wordt decentralisatie ervan grotendeels teruggedraaid, schrijven ministers De Jonge (Volksgezondheid) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) in een brief aan de Kamer.

In 2015 legde het Rijk de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg bij de gemeenten en voerde het tegelijk forse bezuinigingen door. Die decentralisatie heeft tot grote problemen geleid. Het idee was dat gemeenten dichter bij het kind staan en beter in staat zouden zijn zorg op maat te leveren. Bovendien kwam deze taak zo in één hand en zou versnippering tot het verleden behoren. Maar ‘die belofte is onvoldoende ingelost’, constateren de ministers nu.

In een interview met NRC geeft Hugo de Jonge nu toe dat de gelijktijdige bezuiniging ‘de uitvoering [heeft] bemoeilijkt en misschien wel vertraagd’. Al wil hij niet zeggen dat de decentralisatie is mislukt. ‘Dat doet geen recht aan wat er allemaal bereikt is’. Maar, zegt hij, ‘ik zou niet durven zeggen dat het goed gaat. Het gaat namelijk niet goed.’

Vooral kinderen met ernstige problemen komen in de knel. Gemeenten zijn te klein om die zorg in hun eentje te kunnen opbrengen en regelen. Ze werken al wel noodgedwongen samen, maar dat gebeurt nog te halfslachtig en vrijblijvend.

‘Daarom sturen we bij’, zegt De Jonge. Het kabinet gaat bepalen welke zorg een taak van de gemeente blijft en welke zij aan een regio of zelfs nog groter verband moet overlaten. Dat moet geld en administratieve rompslomp gaan schelen.

Ernstige gedragsproblemen

Gemeenten houden lichtere zorgtaken als opvoedondersteuning en schoolmaatschappelijk werk onder hun hoede. Pleegzorg, gezinsvervangende jeugdhulp en een reeks andere taken moeten ze overdragen aan een veertigtal regionale verbanden. Voor onder meer de zorg voor kinderen met heel ernstige gedragsproblemen zijn zelfs die regio’s nog te klein.

Het kabinet wil ook voorkomen dat gemeenten zorgaanbieders te weinig betalen om het hoofd boven water te houden. Dat tarief moet voortaan voldoen aan een aantal voorwaarden. Dat moet zorgaanbieders, van wie er heel wat in zwaar weer verkeren, uit de brand helpen. Met aanbieders van ingewikkelde zorg moeten gemeenten in het vervolg langer in zee, zodat kinderen bijvoorbeeld niet onnodig van behandelaar hoeven te wisselen.

De ministers komen met hun vergaande plannen na een vernietigend rapport van de inspecties voor de Gezondheidszorg en Jeugd en voor Justitie en Veiligheid, dat ook vandaag openbaar is gemaakt.

Daarin staat dat de jeugdbescherming en -reclassering in Nederland op een onacceptabel laag niveau zijn beland. Mishandelde en verwaarloosde kinderen krijgen niet de hulp die ze nodig hebben, de wachtlijsten zijn veel te lang. De overheid moet onmiddellijk zorgen voor meer geld en personeel, schrijven de opstellers. Op de langere termijn moet het jeugdstelsel op de schop, iets waar het kabinet nu meteen werk van maakt.

Het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd toont aan dat het systeem volledig is vastgelopen. Zo’n 60 procent van de kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel wordt niet op tijd gezien. Meer dan de helft van de 26 Veilig Thuis-organisaties, meldpunten voor kindermishandeling, klaagde het afgelopen jaar bij de inspectie over de eigen wachtlijsten. Per regio staan tot 200 kinderen op de wachtlijst voor de eerste beoordeling. De wachtlijst voor het daaropvolgende onderzoek is met 400 kinderen twee keer zo groot.

Ook de Raad voor de Kinderbescherming, die namens het ministerie bemiddelt en de rechter adviseert, lukt het, ondanks extra toezicht van de inspecties, niet de lange wachtlijsten te bekorten. De gevolgen van de wachtlijsten zijn ‘zeer ernstig’, aldus de inspecties. ‘Met wachten op hulp verergert de situatie. Kinderen blijven langer in onveilige situaties en raken meer beschadigd.’

Nodeloze vertraging
Jeugdbescherming en jeugdreclassering hebben te maken met kinderen die worden mishandeld of verwaarloosd en van wie de ouders hulp weigeren of bij wie hulp niet werkt. Jeugdbeschermers kunnen een kind in een onveilige situatie onder toezicht stellen, uit huis laten plaatsen of de ouders het gezag ontnemen.

Maar zulke maatregelen worden nu vaak veel te laat of helemaal niet uitgevoerd, ondanks gerechtelijke uitspraken. Rechters besluiten soms helemaal geen maatregel op te leggen ‘omdat er toch geen jeugdbeschermer beschikbaar is’, constateren de inspecties. Er is onvoldoende geld, een groot tekort aan (gekwalificeerd) personeel en kinderen belanden vaak van de ene wachtlijst op de andere.

De inspecties hekelen bovendien de rechtstreekse ‘bemoeienis’ van de gemeenten met de zorg, waardoor zaken nodeloos vertraging oplopen. Het rapport beschrijft meerdere voorbeelden van kinderen die door het gesteggel uiteindelijk ontsporen.

‘Als je in een gezin komt, zeggen ze: wat kom je nu doen, je had hier een half jaar geleden moeten zijn’, zegt een jeugdbeschermer in het rapport. Onaanvaardbaar, vinden de inspecties: ‘Elke dag dat kinderen door knelpunten in de jeugdhulp langer in structurele onveiligheid verblijven, is er één te veel.’

bron: de Volkskrant

Comments are closed.

Open chat