Stop de loterij, begin met gelijke kansen voor uithuisgeplaatste jongeren

Kamerbrief over het terugdringen van daklozen
23 september 2019
U-2B Heard! goes paintball
1 oktober 2019

Hieronder een interessante blog van de website www.sociaalweb.nl

”Het is niet goed wat er gebeurt als je als jongere 18 jaar wordt, want dan houdt jeugdzorg op.” Marlon (20 jaar) is er heel duidelijk over als ik hem interview over zijn ervaringen met jeugdhulp voor het boek ‘Uithuisgeplaatste jeugdigen: sleutels tot succes in behandeling en onderwijs’ dat in het voorjaar van 2020 verschijnt. Marlon is op 3-jarige leeftijd uithuisgeplaatst en heeft in een pleeggezin, op een woongroep en in een zelfstandig wonen traject gewoond. Toen hij 18 jaar werd moest hij op zoek naar een eigen woonplek, maar omdat hij niet bij familie terecht kon dreigde hij op straat te belanden.

Dakloosheid door verdwenen woonruimte

Marlon is niet de enige die dat risico loopt. Sterker nog, jongeren uit de jeugdzorg zijn vaak (te) goed vertegenwoordigd in de daklozenopvang. Het aantal dakloze jongeren tussen 18 en 30 jaar is in de afgelopen tien jaar verdrievoudigd en ligt nu rond de 12.600. Jongeren die 18 jaar zijn geworden lopen het risico dakloos te worden, omdat het vinden van woonruimte heel moeilijk is. Ook binnen de jeugdhulp is woonruimte voor jeugdigen steeds schaarser, aangezien deze woonruimte de afgelopen jaren, en ook nu nog, is verdwenen. Er wordt namelijk vanuit gegaan dat het bieden van ‘bedden’ niet aansluit bij de behoeften van jeugdigen en te duur is. Het is de vraag of dat echt zo is. Het beddengebrek binnen de jeugdhulp zorgt er bijvoorbeeld voor dat jongeren gedwongen worden om langer in de gesloten jeugdzorg te verblijven dan eigenlijk nodig is, terwijl gesloten jeugdzorg de meest kostbare vorm van jeugdhulp is. Bovendien is de behoefte van jongeren aan woonruimte, juist ook door de huidige woningnood, groter dan ooit.

Zo kort mogelijk is niet zo goed(koop) mogelijk

Een ander uitgangspunt van het beleid is inzetten op zo kort mogelijke jeugdhulp, met het idee dat het voor jeugdigen beter is en voor gemeenten goedkoper is. Maar hierbij is het opnieuw de vraag, en dan vooral voor jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen, of dat echt zo is. Zo laat recent wetenschappelijk onderzoek uit de VS zien dat het met jeugdigen die langer residentiële jeugdhulp hebben gekregen juist béter gaat dan jeugdigen die kortdurende hulp hebben gehad: zij hebben vaker een opleiding, werk en plegen minder criminaliteit. Bovendien gaan deze betere uitkomsten gepaard met een significant financieel maatschappelijke winst – maar liefst een 361% return on investment – op de langere termijn.

Oneerlijk beleid voor 18-plussers zonder pleegzorg
En dan is er nog de leeftijdsgrens van 18 jaar voor het ontvangen van jeugdhulp; een belangrijk knelpunt bij gemeenten. Een net gepubliceerde grootschalige studie uit de VS laat zien dat jeugdigen die uit huis geplaatst zijn en tot 21 jaar jeugdhulp ontvangen 10% vaker onderwijs volgen, meer geld verdienen, 28% minder risico lopen op dakloosheid en 40% minder kans hebben om met de politie in aanraking te komen dan jeugdigen die tot 18 jaar jeugdhulp ontvangen. Ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving adviseerde ruim een jaar geleden dat de leeftijdsgrens in de jeugdhulp van 18 naar tenminste 21 jaar moest gaan.

Voor pleegzorg geldt nu dat jeugdigen standaard tot 21 jaar pleegzorg krijgen en voor jeugdigen in gezinshuizen ligt hiervoor een plan. Maar hoe zit het dan met de rest van de jeugdigen die te maken krijgt met een uithuisplaatsing, maar die níet in een pleeggezin of gezinshuis (kunnen of willen) wonen? Hoe eerlijk is het huidige beleid voor jongeren die toevallig, door een hogere leeftijd of door een gebrek aan pleeggezinnen en gezinshuizen, in bijvoorbeeld een woongroep of begeleid kamer wonen terecht komen? Of in de gesloten jeugdzorg verblijven, terwijl er geen vervolgplek beschikbaar is? Waarom moeten zij met 18 jaar het wel zelf uitzoeken en jongeren in pleeggezinnen en gezinshuizen niet? Vanuit het oogpunt van gelijke kansen én de kennis dat jeugdigen die tot 21 jaar hulp ontvangen het beter doen en uiteindelijk minder kosten voor de maatschappij is het huidige jeugdbeleid op dit punt niet te verdedigen.

Van geluk naar gelijke kansen
Hoe gaat het nu met Marlon? Hij woont nu – na een half jaar gedwongen antikraak – samen met zijn vriendin, omdat hij geluk had met een loting voor een huurwoning. Maar niet elke jongere heeft dat geluk. Daarom is het belangrijk om álle jeugdigen die niet thuis kunnen wonen gelijke kansen te bieden. Oók oudere jongeren op woongroepen of in de gesloten jeugdzorg.

Dus geachte Minister De Jonge, zorg ervoor dat gemeentes echt kunnen investeren in jeugdzorg en dat jeugdzorgaanbieders woonruimte kunnen bieden aan jeugdigen. Goede jeugdzorg is niet alleen een kwestie van geld, maar geld is wél een belangrijke randvoorwaarde voor goede hulp aan jeugdigen die niet meer thuis kunnen wonen. Voorkom faillissementen en zet in op zo lang als nodige hulp, want zo kort mogelijk is niet hetzelfde als goed(kop)e jeugdhulp. En verhoog voor álle jongeren die niet meer thuis kunnen wonen zo snel mogelijk de leeftijdsgrens van jeugdhulp naar 21 (of zelfs 23) jaar, zodat zij niet op straat komen te staan en allemaal de tijd krijgen om hun eigen leven goed op te bouwen.

Comments are closed.